Tussen hoop en vrees

De eerste week van september 1944 leefden de Zeeuwen tussen hoop en vrees.

Hoop omdat de geallieerde troepen razendsnel richting Zeeland leken op te rukken. Vrees omdat de Duitse bezetters zich na de aanvankelijke ontreddering en angst van de eerste septemberdagen snel herpakten en streng optraden tegen verzetsstrijders en saboteurs.

Op 6 juni 1944 (D-Day) waren geallieerde troepen op de kust van Normandië geland. Ze bouwden daar een sterk bruggenhoofd op. De Duitse legerleiding hield toen nog ernstig rekening met een tweede geallieerde landing op de Franse, Belgische of Nederlandse kust, zodat de Duitse strijdkrachten over die hele kuststrook verdeeld bleven en niet massaal naar Normandië werden gedirigeerd.  De geallieerden begonnen enkele weken na de landing vanuit hun bruggenhoofd aan de bevrijding van Noord-Frankrijk en België. De opmars ging verrassend snel. Op 3 september viel de haven van Antwerpen in geallieerde handen. Eén van de belangrijkste gevolgen van die onverwacht snelle vorderingen van de geallieerden was dat het Duitse 15e Leger (circa 90.000 manschappen) in Noord-Frankrijk en België werd ingesloten. Voor de Duitsers was er slechts één ontsnappingsroute: via Zeeuws-Vlaanderen de Westerschelde oversteken naar Walcheren en Zuid-Beveland, en vandaar naar West-Brabant.

Aanblik van ontreddering

Vrijdag 1 september 1944. Duitse leger in Noord-Frankrijk en in het Belgische kustgebied slaat op de vlucht. Er is paniek, Duitse ooggetuigen spreken van een ‘für das deutsche Heer unwürdiges und beschämendes Bild der Auflösung’- een voor het Duitse leger onwaardige en beschamende aanblik van ontreddering (uit: Van der Ham, Zeeland 1940-1945, pag. 313).

In Zeeland trekken grote delen van de nog achtergebleven Duitse troepen naar het zuiden. Paarden en wagens worden in beslag genomen. Honderden boeren op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen worden gedwongen met hun wagens volgeladen met Duits wagentuig naar België te rijden. De Duitse 70ste Infanterie, die nog in Oost-Zeeuws-Vlaanderen en op Zuid-Beveland en Walcheren achtergebleven is, vertrekt. Op Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint-Philipsland zien de inwoners Duitse militairen richting België voorbij trekken, om mee te gaan helpen aan de verdediging van Brussel en Antwerpen.

bannerdagboek2

Gisteren pannekoeken gebakken ter eere van H.M. jaardag. Ik ben ziek, zoo erg verkouden. Om elf uur bericht dat de paarden om 12 uur bij D.Luteijn-Verhage moeten zijn. Een half uur later komt Piet thuis, ik geef de raad ergens heen te rijden en niet naar huis te komen. Ik zal de soldaten te woord staan. Maar na overleg op het land met Zeger kwamen ze toch en brachten ze de paarden om een uur weg. Arme dieren, arme oude trouwe vooral, waarheen gaat je weg. (Adriana Cornelis-Luteijn, Nieuwvliet, 1 september 1944).

Comments are closed.