Dat onnozele kanaaltje

De mislukte oversteek van het Leopoldkanaal bij Moerkerke is voor de geallieerden een grote tegenslag. De Canadese legerleider Simonds trekt zijn conclusies na de relatief zware verliezen: hij wil geen manschappen meer opofferen aan een vijand die zich mogelijk aan het terugtrekken is – ‘and exert some pressure without sacrificing our forces in driving out an enemy who may be retreating’.

Siminds heeft nu ook oog voor het achterliggende, geïnundeerde gebied. Een doorbraak forceren en dan optrekken in zo’n drassig terrein, dat is volgens hem ‘a highly unsuitable task for an armoured division’.

De bewoners van Aardenburg en omgeving hebben snel in de gaten, dat de geallieerden pas op de plaats maken. Eén van hen schrijft: ‘De Eng. kunnen maar niet over dat onnozele kanaaltje heen komen. En dat moet nu over Maas, Waal, Rijn en IJsel’.

Angstige afwachting

Heel Zeeland verkeert in feite in hoopvolle maar ook angstige afwachting van het verdere verloop van de strijd. West-Zeeuws-Vlaanderen wordt door de Duitsers in deze septemberdagen zwaar versterkt. De 64e bestaande uit soldaten met ervaring aan het Oostfront. Verder liggen er in de regio nog ruim 2000 manschappen van de Kriegsmarine en de landmacht.

Het is duidelijk dat Hitler het Landje van Cadzand niet zonder slag of stoot zal overgeven. Eerder was het bericht al doorgekomen, dat de Führer wenste, dat zijn strijdkrachten moesten proberen ‘mit allen denkbaren Mitteln die Westerschelde zu sperren’. infanteriedivisie – ruim 8500 manschappen en 268 officieren – wordt er gelegerd,

kaartje14september

 

bannerdagboek2

Uit het dagboek van Adriana Cornelis-Luteijn uit Nieuwvliet, 14 september 1944:

‘Het gebulder bleef ook toen we in bed lagen en daarbij ging nog één zwaar kanon aan de gang. Het bleek aan Cadzand haven te zijn. De troepen in de boomgaard zijn nog niet weg, hoewel ze reeds twee dagen ieder moment order om te vertrekken verwachten. De officieren rijden heen en weer naar Breskens, nemen afscheid doch komen weer terug. Kunnen zeker niet meer over of de boten zijn vol. De berichten zeggen dat de Sloedam kapot is. Wat moet er dan met Walcheren gebeuren? Een enkele soldaat denkt nog over vechten, doch de meesten wachten op overgave.’

 ‘Er liepen mensen rond die familieleden zochten’

Na het bombardement op Breskens heerste er verslagenheid en chaos in het gebied. De puinhopen moesten worden opgeruimd en de lichamen geborgen. Rinus Leenhouts uit Sluis was een van de vrijwilligers die daarbij hielp. Hij vertelt over zijn ervaringen…

 

 

Comments are closed.