Iedereen heeft ineens oranje

De ochtend van dinsdag 19 september lijkt het alsof de tot dan sterke weerstand van de Duitsers in Oost-Zeeuws-Vlaanderen is gebroken. De Duitse legerleiding krijgt bericht dat de toestand voor hun militairen ‘überrasschend schnell’ verslechtert, en dat complete legeronderdelen terugtrekken richting Terneuzen.

Die Duitse informatie klopt. In het begin van de middag trekken Poolse militairen Axel binnen. Ze delen, zoals dat bevrijders betaamt, chocolade en sigaretten uit. Er is blijdschap, maar geen euforie, de beschietingen van de voorgaande dagen hebben de vreugde getemperd. ,,Luidruchtig blij konden we niet zijn’’, zegt de burgemeester later. Veertig burgers zijn omgekomen, en de schade aan huizen en andere gebouwen is groot.

Axelaar Johan de Brouwer is die dag 9 jaar. In het PZC-boek ‘De Slag om de Schelde’ (2009) vertelt hij: ,,Het had allemaal nog veel erger kunnen zijn, als de Poolse militairen er niet in waren geslaagd in de nacht van 18 op 19 september een brug over het kanaal Axel-Hulst te slaan. De strijd om Axel duurde al een paar dagen. Vliegtuigen stonden klaar om een bombardement uit te voeren op Axel, maar de Polen waren dat gelukkig voor.’’

Mistig

Dat het die dag goed mistig is, speelt zeker een rol. Van de gehavende stadhuistoren wapperen die middag twee vlaggen: een Nederlandse en een Poolse. De Brouwer herinnert zich hoe hij half begraven Duitse soldaten vindt: ,,Laarzen staken er soms nog bovenuit. Die werden gestolen door Belgen die achter de geallieerden aantrokken. Maar er zijn ook Zeeuws-Vlamingen gesignaleerd die aan lijkenpikkerij deden. Wat wil je? Veel mensen hadden alleen nog klompen. Die Duitse soldatenlaarzen waren van zuiver leer. Dat was goed schoeisel en de winter kwam er snel aan.’’

Ook in Hulst wappert die dag de Poolse vlag. Tegen 18.00 uur verschijnen de eerste Poolse tanks. Inwoners helpen met het maken van een noodbrug, waarover het zware materiaal de stad in kan rijden. Uit een dagboek: ,,Iedereen wuift, roept, drukt handen, kinderen zwaaien met vlaggetjes en laten zich door de soldaten optillen. Iedereen heeft ineens oranje. We doen oranje speldjes op de soldatenuniformen. Poland staat daar op.’’ Voor de Zeeuws-Vlamingen zien de Poolse militairen er verrassend goed verzorgd uit. En ook: ,,Alles schijnt gemotoriseerd te zijn.’’

De 4th Canadian Armoured Division begint vanuit Assenede aan een opmars langs de westoever van het Kanaal Gent-Terneuzen. Ze nemen die dag Sas van Gent in. Het Canadese opperbevel beraadt zich deze dag over de wijze waarop de verovering van Walcheren moet worden aangepakt. Vooralsnog wordt gekozen voor een benadering via Zuid-Beveland: oprukken via de Kreekrakdam, luchtlandingen bij Hoedekenskerke, mogelijk inzet van amfibievoertuigen. Ook bij de Sloedam zouden parachutisten worden gedropt. Een landing vanuit zee is niet aan de orde. Dat plan krijgt pas twee dagen later gestalte.

kaartje19september

 

bannerdagboek2

Uit het dagboek van A. Cornelis-Luteijn uit Nieuwvliet, 19 september 1944:

‘De nachten schijnen nog rustiger te worden, nu we ook geen vliegers horen. Om zeven uur begon het schieten weer, ook op de Schelde werd geschoten. Slechts enige malen, het andere is richting Zelzaete of Watervliet; om 10 uur een eindeloze rij van paarden en wagens, misschien wel meer dan 200. Geen wapens behalve geweren. Moeten die ook nog naar Duitschland? Vele wagens waren beladen met een wagen die uit elkaar genomen was; alles moet dus mee. De feldwebels rijden er naast als generaals, maar de soldaten (meest oude), zijn niet zo verwaand. Zij zijn het moe en beu, het verder reizen.’

Verliefd op een Pool

Tussen alle verschrikkingen ontstonden in september 1944 ook mooie dingen. De Poolse soldaat Leon Boekatsjki was via Schotland terecht gekomen bij de bevrijding van Axel en ontmoette kort daarna de Axelse Paula Seegers…

 

Comments are closed.