Bommen op Westkapelle

Het is circa 13.00 uur. Vanuit zee verschijnen er enkele geallieerde vliegtuigen boven de Westkappelse dijk. Ze werpen lichtmarkeringen uit, die er voor de mensen op de grond uitzien als kerstbomen. Even later arriveert een eerste groep van dertig Lancaster-bommenwerpers. Zij laten hun bommen vallen. Om het kwartier volgen er nog zeven groepen van dertig vliegtuigen. De markering komt in eerste instantie iets ten noorden van Westkapelle terecht, waardoor de eerste twee groepen hun eigenlijke doel missen. De bommen van de derde groep komen wel op de zwak geachte dijk net ten zuiden van het dorp terecht. Pas na de vijfde aanvalsgolf begint er zeewater door de dijk te sijpelen: ‘The fifth attack, however, brought both accurate marking and accurate bombing’ (Gijs van der Ham, Zeeland 40-45, pag. 441). Om twee minuten over twee is voor de piloten duidelijk, dat de dijk gebroken is: ‘By 14.55 Hrs. it was apparent that the attack had been highly succesfull’ (Van der Ham).

De eerste vier aanvalsgolven dragen nauwelijks iets bij aan het breken van de dijk. De vier laatste wel. Die laatste vier groepen werpen 118 bommen van 4000 pound, 960 bommen van 1000 pound en 119 bommen van 500 pound (een pound is 453 gram). Er is nog een negende aanvalsgolf voorzien met acht Lancasters en twee Mosquitoes, die indien nodig de ‘beslissende’ bommen moeten laten vallen: zogenaamde Tallboys met elk een gewicht van 12.000 pound. Omdat na de achtste aanval het water binnenstroomt, wordt die aanval afgeblazen: ‘on arrival at the target the dyke had already been breached by earlier attacks, and aircraft were, therefore, not required to bomb’.

Tot zover de kille cijfers. Zoals gezegd komen de bommen van de eerste vier aanvalsgolven te noordelijk terecht. Daarbij wordt het dorp Westkapelle vol geraakt. Na het uitwerpen van de eerste markeringen hebben de inwoners nauwelijks de tijd om een schuilplaats te vinden. Enkele tientallen Westkappelaars zoeken dekking in de molens van het dorp. De molen van molenaar

Theune krijgt een voltreffer en stort in. Op zich is dat niet dramatisch, niemand van de in de molen gevluchte burgers raakt gewond. Wel is de uitgang door neerstortend puin – waaronder zware molenstenen – geblokkeerd. Als na een uur het zeewater het dorp binnenstroomt, zitten de mensen in de molen in de val. Het water stijgt langzaam, 44 mensen verdrinken. Een inwoner, die de dagen erna helpt bij het bergen van stoffelijke overschotten, vertelt: ,,De werkploeg van de vorige dag heeft reeds de zware molenstenen opzij gewerkt en nu ruimen wij met een 20tal mensen de resten, om bij de kelderruimte van de molen te kunnen komen. Hier wacht ons een vreselijke aanblik. Op de vloer vinden we de oude molenaar met zijn vrouw naast zich. Als deze vloer weggewerkt is, komt er een drijvende mensenmassa boven en tel ik zo acht lijken, dikwijls nog in een wanhoopshouding bij het pogen het binnenstromende water te ontlopen. (Van der Ham, pag. 442).

Het bombardement eist 152 levens, bijna 7 procent van de totale dorpsbevolking. Ze worden in een voorlopig graf in oostkapelle begraven. De overlevenden trekken naar buurdorpen als Aagtekerke, Oostkapelle, Serooskerke en Domburg.

De Nederlandse regering in Londen is niet op de hoogte van het bombardement, de ministers zijn onaangenaam verrast. Er wordt bezwaar aangetekend bij de Britse premier Churchill. Seekommandant Aschmann is ter plaatse, om 15.00 uur bezoekt hij de onbeschadigde batterij ten noorden van Westkapelle. Ook divisiekommandant Daser komt kijken. Zij besluiten dat er een nooddijk moet worden opgeworpen tussen Zoutelande,, Meliskerke en Oostkapelle.

kaartje3oktober
bannerdagboek2

Uit het dagboek Mw. J.P.M. Janssens uit Middelburg, 3 oktober 1944:

‘’s Middags van 13-15 uur de dijk van Westkapelle gebombardeerd op het zwakste punt. Het water stroomt het dorp in, het is juist vloed en vlee burgers verdrinken in de schuilkelders, + 200 dooden.
Eén onzer collega’s verliest bij dit bombardement een nichtje, neef en tante. Een patiënt verliest 17 familieleden, die van z’n vrouw meegeteld. De Westkappelaars vertrekken grotendeels naar Oostkapelle , dat hoger ligt.’

De molen van de familie Theune

Eén van de molens  in het dorp werd zwaar onder vuur genomen. In die molen zaten 47 mensen te schuilen. Slechts drie van hen overleefden het. Jo Theune is de zoon van de molenaar.

Comments are closed.