De hel is begonnen

Bij het Leopoldkanaal staan de Canadezen gereed om de definitieve aanval op West-Zeeuws-Vlaanderen in te zetten. Hoewel de daadwerkelijke militaire acties pas op de zesde oktober beginnen, wordt de avond van de vijfde oktober via de Engelse radio al bekend gemaakt, dat ‘de grote aanval ten zuiden van de Scheldemond’ is begonnen. In de streek zelf levert het bericht na wekenlange beschietingen overwegend verbitterde reacties op. Een inwoonster van Aardenburg, die al sinds 16 september in een schuilkelder zit, schrijft die dag in haar dagboek: ,,Dank U voor deze mededeling, we hebben het gemerkt, ja, de hel is begonnen! Maar stoten ze nu door? O nee, het spel is pas begonnen – eerst moet er nog een heleboel kapot en dan, als we de bepaalde hoeveelheid munitie verschoten hebben, die voor de Scheldemonding is bedoeld, dan komen we wel eens naar het resultaat kijken. O God, wat worden we verbitterd op onze ‘bevrijders’, terwijl er geen Duitsers zijn, toch maar schieten.’’

In Middelburg geven de inwoners ook de vijfde oktober geen gehoor aan de oproep, om te helpen met de aanleg van nooddijken op het eiland. Beauftragte Münzer besluit daarop hardere maatregelen te nemen. Hij laat een ‘Bevel’ aanplakken: alle mannen van 15 jaar en ouder moeten bij het aanleggen van de nooddijk helpen; alleen gemeentepersoneel, Schelde-arbeiders en werknemers van nutsbedrijven kunnen vrijstelling krijgen. Iedereen moet – volgens het ‘Bevel’ – dagelijks om 7.00 uur bij het raadhuis van zijn gemeente klaar staan met een spade, schop, bijl of zaag. ,,Wie na den 6en October, des namiddags 14 uur buiten de aangewezen arbeidsplaats en zonder vrijstellingsbewijs aangetroffen wordt, zal wegens sabotage voor het Standgerecht terechtstaan.’’

kaartje5oktober


bannerdagboek2

Uit het dagboek van Marie Verhage uit Koudekerke, 5 oktober 1944:

‘Gister heeft het opperbevel v/d Duitse weermacht het in z’n hoofd gehaald dat alle mannen van 15-60, zich om 1 u moesten melden op ‘t gemeentehuis om een dijk te gaan leggen voor Meliskerke om het water tegen te houden. Dat moet natuurlijk niet. Er was dan ook niet één man om zich te melden. Hoe zou dat aflopen?’

‘Er werd gebeld en ruw op de deur geslagen, het waren de Duitsers’

In Grijpskerke woonde de tienjarige Adrie van Sluijs. Hij hoefde nog niet maar zijn vader en oudere broer werden wel opgeroepen door de Duitsers.

Comments are closed.