Heel Zeeland ziet en voelt de aanval op West-Zeeuws-Vlaanderen

Het Leopoldkanaal oversteken bij Strobrugge, en vandaaruit richting Aardenburg en Sluis oprukken. Een tweede aanval vanuit Terneuzen met amfibievaartuigen, die bij Hoofdplaat landen en dan naar Breskens optrekken. Als dat gelukt is heel West-Zeeuws-Vlaanderen en uiteindelijk Knokke en Zeebrugge bevrijden. Dat is het plan van de Canadezen. De hele operatie heet Switchback. De Canadese legerleiding houdt aanvankelijk rekening met een operatietijd van slechts vier dagen, dan zou de hele zuidelijke Scheldeoever onder controle zijn.

Operatie Switchback begint in de vroege ochtend van 6 oktober. Om 3.00 uur geallieerde tijd beginnen de Canadezen vanuit hun posities ten zuiden van het Leopoldkanaal een zware beschieting, waarbij 327 stukken geschut worden ingezet. De kanonnen staan gericht op de Duitse stellingen langs het Leopoldkanaal en op de dorpen in West-Zeeuws-Vlaanderen, waar troepenconcentraties en commandocentra worden vermoed. Achteraf is uitgerekend dat elk stuk geschut die zesde oktober gemiddeld 135 salvo’s afvuurde. Tot op Walcheren en Schouwen-Duiveland is de intense beschieting zichtbaar en hoorbaar. Door de luchtdruk ook vaak voelbaar. Op Aardenburg, Sluis, Oostburg, IJzendijke, Schoondijke, Nieuwvliet, Zuidzande en Waterlandkerkje regent het die ochtend granaten.

Biervliet staat bloot aan een granaatbeschieting en wordt ook vanuit de lucht bestookt. Rond 5.00 uur proberen de Canadezen het Leopoldkanaal ten oosten van Strobrugge over te steken. Daar lopen Leopold- en Schipdonkkanaal niet meer parallel, zodat er niet een dubbel kanaal moet worden overgestoken zoals bij de eerste mislukte poging. Nadeel van die locatie is dat meteen achter het kanaal een brede strook land onder water staat.

De aanval wordt door drie regimenten uitgevoerd: het 1st Canadian Scottish Regiment, de Regina Rifles en de Royal Winnipeg Rifles, plus nog een compagnie van het Royal Montreal Regiment. Bij deze aanval worden 27 vlammenwerpers ingezet, die om 5.30 uur de Duitse stellingen op de noordelijke oever onder vuur nemen. Meteen daarna worden bij de Oosthoek twee compagnieën van de Canadian Scottish overgeroeid, en bij Moerhuize een compagnie van de Regina Rifles en de compagnie van het Royal Montreal Regiment.

Bij de Oosthoek is de Duitse tegenstand niet al te groot. De Canadezen slagen erin een strook grond evenwijdig aan het kanaal te veroveren. Ook wordt een voetbrug aangelegd. Bij Moerhuize weten de Duitse strijdkrachten zich snel van de bombardementen en de aanval met vlammenwerpers te herstellen, en lukt het de Canadezen ternauwernood een bruggenhoofd te vormen. Gevolg van de felle Duitse weerstand is, dat het de eerste dagen niet lukt om de twee Canadese bruggenhoofden met elkaar te verbinden.

De Canadezen zijn verbaasd over de weerstand van de Duitsers. ‘They are good’, constateert men bij het Canadian Scottish Regiment. Voor de bevolking is het vaak moeilijk om een geschikte schuilplaats te vinden. Een voorbeeld: een gezin, dat het bombardement van Breskens op 11 september is ontvlucht, heeft onderdak gevonden bij familie in Schoondijke. Het huis waar ze dan zitten, heeft geen kelder. Op die zesde oktober schuilen ze onder een tafel, waarop een bed is gezet. Diezelfde ochtend vinden ze onderdak in een Duitse bunker net buiten het dorp.

Ossendrecht

Inmiddels worden er ook geallieerde activiteiten ten noorden van Antwerpen ontplooid. Het doel daar is richting de Kreekrakdam op te rukken. OP 6 oktober wordt Ossendrecht ingenomen. De Duitse legerleiding ziet het gevaar en verplaatst de Kampfgruppe Chill van Nijmegen naar het bedreigde gebied bij Woensdrecht. Rond dat dorp en Hoogerheide en Korteven ontspint zich een zware strijd, waarbij de Canadese opmars aanvankelijk wordt gestuit.

Walcheren

Op Walcheren stroomt het zeewater via het gat in de dijk bij Westkapelle binnen. Inwoners hebben het bevel gekregen zich met schop en ander gereedschap te melden voor de aanleg van nooddijken. Slechts weinigen melden zich. Bekijk het verhaal van Mart Duijvenvoorde die met zijn schop naar de dijk trok.

kaartje6oktober

 

bannerdagboek

Uit het dagboek van André Elleboudt uit Sluis, 6 oktober 1944

‘Het bombardement begon weer. Ik vluchtte in de kelder. Het regende granaten, veel erger dan tijdens het eerste bombardement. Voortdurend werd het huis geschud en in twee gevallen kregen we de indruk dat het dak er werd afgerukt. Op dat ogenblik voelden we ons klein. Terwijl het even rustig was, klom ik naar de zolder. Goddank, het dak was er nog. Nog enige granaten en dan weer alles stil. We slopen naar buiten. Wat ene treurig schouwspel.  Overal het dakwerk erg ontwricht en de ramen er uit gerukt, geen enkele ruit was nog heel. Geen enkel deel van de stad bleef gespaard.’

‘Het stond op uitbarsten’

Zes oktober 1944 was een belangrijke dag tijdens de bevrijding. Toen begon eigenlijk de slag om de Westerschelde in het westen van Zeeuws-Vlaanderen. Dat het een zware en lange slag was legt historicus Hans Sakkers uit….

Comments are closed.