Canadezen veroveren Hoofdplaat

Als de Duitsers van de eerste schrik bekomen zijn, besluiten ze het Canadese bruggenhoofd bij Hoofdplaat stevig aan te pakken. Het luchtdoelgeschut in Vlissingen en de kustbatterijen bij Vlissingen en Breskens nemen de op de kust gelande Canadezen de hele dag onder vuur. Bovendien worden er vanaf Sluis extra Duitse manschappen – in reserve liggende parachutisten – naar Hoofdplaat gestuurd. Met de PSD-boot Koningin Emma worden ook twee compagnieën van de 20ste infanteriedivisie, van Walcheren naar Breskens gebracht – in totaal driehonderd met lichte wapens uitgeruste manschappen. In totaal wordt er volgens Duitse opgaven 3,5 bataljon tegen de Canadezen ingezet.

Die hebben het daardoor niet gemakkelijk. De Duitsers vangen ’s middags een bericht op, waaruit blijkt dat de Canadezen zich door de beschietingen en tegenaanvallen in het nauw gedreven voelen. De Duitsers besluiten daarop de tegenaanval uit volle kracht door te zetten. De Canadezen vragen om extra luchtsteun. Die krijgen ze. Dankzij een aanmerkelijke weersverbetering kunnen geallieerde vliegtuigen de Duitse kustbatterijen aanvallen.

Ondanks de zware tegenstand, waarbij er soms man tegen man gevechten waren, slagen de Canadezen erin om Hoofdplaat te veroveren. De Duitse legerleiding meldt, dat het dorp ‘vom Gegner nach erbitterten Kämpfen’ is veroverd. Op een halve kilometer van het dorp leggen de Duitsers een nieuwe verdedigingslinie aan.

In de hele regio leven de meeste burgers in provisorische schuilkelders. In Driewegen – een gehucht tussen Hoofdplaat en Biervliet – schrijft de dochter van de smid: ,,Het is niet houdbaar meer. De granaten vallen reeds bij onze woning.’’ En over de primitieve schuilkelder onder de weg: ,,Het is een erg primitief verblijf. We zitten gewoon op een breede plank boven de modder, (…) alles wat boven de grond leeft wordt doodgeschoten.’’ De kelder krijgt deze dag een voltreffer, van de 24 burgers komen er tien om het leven. Van de veestapel op het land komt het grootste deel om, deels omdat vele dieren in paniek het prikkeldraad inrennen. Veel boerderijen branden geheel of gedeeltelijk af.

Deze dinsdag 10 oktober wordt Schoondijke door vliegtuigen met raketten bestookt. De katholieke kerk wordt getroffen en een deel van het dorp gaat in vlammen op. Er vallen slachtoffers.  Inwoners zitten in schuilkelders. Een Duitse militair, die beschutting zoekt, meldt: ‘Keller nicht gut’. Drie Bressiaanders, die al eerder bij familie in het dorp een toevlucht hadden gezocht, zoeken beschutting in twee schuttersputjes. De wanden worden met jute bekleed, en een pak stro of een matras dienst als dak.

In West-Brabant wordt de eerste geallieerde aanval op de Kreekrakdam uitgevoerd. Het lukt de Canadezen door het geïnundeerde land heen de spoordijk te bereiken. Maar ze slagen er niet in daar stand te houden. Zolang het hoog gelegen Woensdrecht in Duitse handen is, kunnen ze niet verder.

Op Walcheren zijn er vrijwilligers, die zich melden om aan nooddijken mee te werken. Niet van harte overigens, en zonder Duits toezicht komt er weinig van terecht. De volgende dag (11 oktober) zal de toestand nog drastisch wijzigen, als de dijk bij Veere wordt kapot gebombardeerd.

kaartje10oktober

bannerdagboek2

Uit het dagboek van G. de Vries-Balhuizen uit Schoondijke, 10 oktober 1944:

‘Onophoudelijk vliegen de granaten over, of spatten dichtbij uiteen, zoodat we de scherven aan alle kanten hooren neer komen. ’t Is niet mogelijk buiten te komen, dus eten we sober, niemand kan nu naar de bijkeuken gaan om te koken! Alles wat buiten gedaan moet worden, wordt vlug gedaan in die korte oogenblikken, die even verademing geven. Nu is ’t avond en nog zijn we in de kelder, onze rust wordt verstoord door twee Duitschers, één er van komt plotseling den kelder ibnnenstappen, wat osn wel even doet verschrikken. Ze vragen inkwartiering voor 50 man in de schuur. Maar bij het zien van al die kapotte ramen vinden ze het hier niet veilig genoeg en gaan weg, zonder terug te keren. Gelukkig maar, want nu het front zoo nadert heeft niemand  graag onze vijanden meer in huis of schuur.’

‘Het was het punt waarvandaan alles veroverd moest worden’

Het kleine dorpje Hoofdplaat had het rond deze dagen in 1944 zwaar te verduren. Het lag meerdere dagen zwaar onder vuur. De geallieerden probeerden vanuit de kant van Terneuzen de Braakman over te steken. Maar dat dat niet zo makkelijk ging zag ook Andre van Damme…

Comments are closed.