Bommen op de dijk bij Veere

Om de inundatie van Walcheren te bespoedigen, wordt woensdag 11 oktober 1944 de dijk bij Veere gebombardeerd door 167 Lancasters. Vanuit geallieerd oogpunt is de aanval een succes: er worden vijf gaten in de dijk geslagen, een van ruim 180 meter breed, een van 90 meter, en drie kleinere. Nu kan het zeewater langs alle kanten het eiland opstromen. De nieuwe dijkdoorbraak maakt het werk aan de nooddijk op het eiland weer een ernstiger twijfelgeval. Welke zin heeft zo’n dijk? Beauftragte Münzer spreekt vandaag met waarnemend Commissaris der Koningin Dieleman. Daaruit vloeien de volgende dagen maatregelen voort. Overigens waren de afgelopen dagen al vele eilandbewoners naar het droge Middelburg gevlucht. Op de 11e oktober herbergt de stad al zo’n zesduizend vluchtelingen.

Biervliet 

Na de landing met Buffaloes, twee dagen eerder, gaat de Canadese opmars in de regio Hoofdplaat voort. Vandaag veroveren ze Biervliet. De bewoners van dat dorp zijn grotendeels gevlucht voor de niet aflatende beschietingen van de laatste dagen. De geallieerde legerleiding trekt conclusies uit de voorspoedige gang van zaken in het bruggenhoofd aan de Westerschelde. Daar wordt immers meer vooruitgang geboekt dan bij het Leopoldkanaal. Daarom wordt de achtste infanteriebrigade, bestaande uit het North Shore (New Brunswick) Regiment, de Queen’s Own Rifles en het Franstalige Régiment de la Chaudière, niet bij Eede ingezet, maar bij Hoofdplaat. Het eerste bataljon daarvan landt in de vroege ochtend van 11 oktober tussen Hoofdplaat en de Braakman. De brigade valt in eerste instantie de Duitse verdediging van Isabellasluis vanuit het noorden aan.

Door het verbeterde weer kunnen de geallieerden ook Duitse stellingen bombarderen. Vooral Fort Frederik Hendrik bij Breskens krijgt het vandaag zwaar te verduren.

Sluis en Oostburg

Deze dag worden ook Sluis en Oostburg gebombardeerd. ‘Sluis bestaat niet meer’, wordt er aan het eind van de dag geconstateerd. De ravage in de stad is enorm, en er ontstaan grote branden. Alleen de katholieke kerk blijft gespaard. Er vallen tientallen doden onder de burgerbevolking. Hetzelfde verhaal in Oostburg: het grootste deel van het stadje in puin en afgebrand, en vele slachtoffers. In de Nieuwstraat valt een bom op een kelder: zestien doden. In het Sint Antoniusziekenhuis zijn bij een granaatbeschieting elf doden te betreuren. Besloten wordt het ziekenhuis te evacueren naar Groede. Dat gebeurt de volgende dag.

Aardenburg

Aan het Leopoldkanaal wordt ook vandaag zwaar gevochten. Een Aardenburger schrijft in zijn dagboek dat de Duitsers het onder elkaar zelfs over ‘een tweede Normandië’ hebben. De Canadezen hebben dezelfde ervaringen: ,,It is the opinion that the past few days have seen some ofd the fiercest fightings since D’day (Gijs van der Ham, Zeeland 40-45, pag. 396).

Bij de burgerbevolking heerst veel onbegrip over de Canadese beschietingen. Een Aardenburgse schrijft op 11 oktober in haar dagboek: ,,Het is te erg geweest, en niemand begrijpt waartoe het heeft gediend.’’ Tot die dag waren 21 Aardenburgers omgekomen, plus vijf Belgische evacués. Van de 35 gewonden waren er vijf zwaar invalide geworden. Van de 1069 woningen waren er 97 verwoest en 260 zwaar beschadigd. Er heerst onbegrip over de beschietingen, zonder dat de Canadese troepen oprukken. Een inwoonster van Aardenburg krijgt deze dag van een Duitse soldaat te horen: ,,Der Engländer neemt zelf geen enkel risico, die doet alles met zijn materiaal.’’ Dat de Canadezen zulke zware beschietingen uitvoeren en hun troepen sparen, komt omdat ze vrijwel geen getrainde reserves hebben.

kaartje11oktober

bannerdagboek2

Uit het dagboek van Wim de Hollander uit Middelburg, 11 oktober 1944:

‘’s Middags hevig bombardement op Walcheren. Het was een ware hel. De ravage in Middelburg was verschrikkelijk. In de Stationsstraat lag en paard en wagen ondersteboven, een burger zag ik op brancard wegdragen. De straat bedekt met een zwarte laag modder. De veiling in puin en in brand. Direct aan ’t blusschen gegaan en toen nog enkele Duitschers er van onder gehaald. Enkele waren afschuwelijk verminkt en spoedig lagen er 5 op straat onder een kleed. De uitwerking der bommen is verschrikkelijk en tientallen gezinnen zijn door de geweldige luchtdruk dakloos.  Onder het blusschen nog steeds 4-motorige kisten boven ons hoofd. Even later weer een aanval, maar ditmaal op Breskens.’

‘We zaten in angst, want waar zitten die bommen?’

Weer werden de Walcherse dijken op 11 oktober 1944 onder vuur genomen.  Deze keer waren de zeedijken bij Veere het doelwit zodat het eiland nog verder onder water zou lopen. Jaap Looise zag het vanuit Gapinge gebeuren….

Comments are closed.