We waren blij, doch niet uitbundig

Net ten westen van de Braakman boeken de Canadezen vandaag, zaterdag 14 oktober, belangrijke terreinwinst. Om te beginnen wordt het gehucht Driewegen tussen Hoofdplaat en Biervliet bevrijd. Dat de Canadezen pas na zware beschietingen oprukken, blijkt: 70 procent van de huizen is beschadigd, en 27 van de ongeveer tweehonderd inwoners zijn omgekomen. In een dagboek is er sprake van getemperde vreugde: ,,We waren blij, doch niet uitbundig, daar hadden we te veel voor meegemaakt.’’

Bevrijd betekent nog niet veilig. Daarom evacueren de Canadezen de burgers zoveel mogelijk naar Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Gijs van der Ham schrijft het in Zeeland 40-45 zo (pag. 408): ,,Onder leiding van soldaten moesten de bewoners van Driewegen bijvoorbeeld via Biervliet naar de oever van de Braakman lopen, onderwijl dode paarden en dode soldaten passerend en in sloten schuilend voor overkomende jachtvliegtuigen. Daar aangekomen werd iedereen in Buffaloes naar de overkant gebracht.’’ Zo wordt deze en ook de volgende dagen een duizendtal inwoners ‘onder Duits vuur’ naar het oostelijk deel overgebracht. Het Casino in Sluiskil was het eerste opvangoord, vandaar wordt men elders in de regio ondergebracht, meestal niet langer dan enkele dagen.

Iets zuidelijker van Driewegen, bij de Isabellasluis en Watervliet, worden eveneens successen geboekt. Na zware verliezen te hebben geleden trekken de Duitsers zich daar terug in de vroege ochtend van de 14e oktober. Zo slagen de achtste brigade en het Algonquin regiment erin om contact met elkaar te maken. Een strategisch belangrijke winst, want nu kan West-Zeeuws-Vlaanderen vanuit het oostelijk deel over land worden bevoorraad via de weg Philippine-IJzendijke. Tanks en ander zwaar materieel kunnen nu in de strijd worden geworpen.

In het nog niet bevrijde deel van West-Zeeuws-Vlaanderen wordt het leven er niet gemakkelijker op. Oostburg en Sluis zijn zwaar gehavend en liggen nog steeds onder vuur. Aardenburg bevindt zich in de directe frontlinie. Daar is nog maar één van de vijf bakkers in staat om te bakken. De inwoners van Sluis krijgen met ingang van vandaag brood, dat in Westkapelle en in Retranchement is gebakken. Honger wordt er niet geleden, veel koeien en paarden zijn door kogels of granaatscherven gedood. Uit een dagboek: ,,Van de menschen, waar ik ben, zijn alle melkkoeien gedood. (…) Ze noemen ze bij naam en vertellen, hoe zacht deze was en hoe gewillig die. (…) Hoe triest is dit alles. De beesten worden gevild en uitgebeend: iedereen eet overvloedig vleesch nu. (…) Met emmers halen ze ’t weg, één gulden per kilo’’ (Van der Ham, Zeeland 40-45, pag 398).

Op Walcheren blijft het water langzaam stijgen, steeds meer dorpen worden bedreigd. Vanaf 15 oktober zal er plots een versnelling optreden, en verandert het eiland daadwerkelijk in een binnenzee.

kaartje14oktober

bannerdagboek2

Uit het dagboek van Mw. J.P.M. Janssens (Middelburg), 14 oktober 1944

Als we ’s morgens naar buiten kijken, zien we het water over de singel stroomen. Het water van de vest staat nu in verbinding met dat wat van de Noordweg komt. We steken het plein over en gaan op de Noordbrug kijken en we weten niet wat we zien. Water – water – water. De Seissingel staat geheel onder water, de huizen, de boomen en tuinen. Er koomen Duitschers in rubberbooten van de Noordsingel gevaren. Onder de brug is het één kolkende massa. De stad is over- en overbevolkt: 47000 menschen zitten hier opeengehoopt. Het vee wordt zoo goed en kwaad als ’t gaat ondergebracht.

De belangrijke rol van de Isabellasluis

De Isabellasluis was een essentieel punt tijdens de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen. Het was de enige plaats waar de bevrijders over land van oost naar west konden in Zeeuws-Vlaanderen.

 

 

Comments are closed.