Een kogelregen op de Sloedam

Vandaag besluiten de geallieerden de aanval op de Sloedam te openen. Het idee is dat de toegang tot Walcheren snel kan worden geforceerd. De vijfde Canadese infanteriebrigade krijgt opdracht de dam over te steken. Dat is werk voor de infanteristen. Door de vele bomkraters en door Duitsers gegraven greppels is de dam voor tanks onbegaanbaar. Aanvankelijk proberen de Calgary Haighlanders met stormboten ten noorden van de dam naar Walcheren over te steken. Dat mislukt. In de loop van de middag blijkt dat ,,de kreken niet voldoende water bevatten om helemaal naar de overkant te zwemmen en (dat) er te veel modder was voor wielen en rupsbanden” (citaat bij Van der Ham, Zeeland 40-45, pag. 482).

Een compagnie van The Black Watch Regiment probeert in de loop van de ochtend de dam over te steken. De Canadezen komen onder zwaar Duits vuur te liggen. Een deel van het Duitse geschut is afkomstig van ondergelopen delen van Walcheren. De dam is 1400 meter lang. De Canadezen weten tot 70 meter van het einde op te rukken. Daar is het afweervuur zo heftig, dat ze zich moeten terugtrekken. De Calgary Highlanders proberen het in de loop van de avond, maar geraken niet verder dan halverwege de dam.
In Breskens komen de troepen aan, die naar Vlissingen gaan oversteken. Het gaat om commandotroepen en om de 155e brigade. Buffaloes, landingsboten die eerder bij de landing op Zuid-Beveland zijn gebruikt, worden naar Breskens gevaren ‘onder dekking van een kunstmatige mist’. Vanuit Vlissingen merken de Duitsers de activiteiten op, en brengen de nog werkende vuurmonden in stelling. De geallieerden laten 35 Mosquito-jachtbommenwerpers aanvallen uitvoeren ter voorbereiding van de landing. Het strikte commando is: de laatste bom mag uiterlijk om 5.30 uur in de ochtend van 1 november vallen.
Vandaag wordt eindelijk Cadzand-haven bevrijd. Er zijn nog 94 Duitsers, die tegenstand bieden – ,,maar die waren vanwege vier dagen en nachetn durende inzet volledig uitgeput, want niemand heeft in die vier dagen ook maar een uur geslapen. (…) Alle zware machinegeweren uitgevallen” (Van der Ham, pag. 415). Het is een laatste bericht van Duitse zijde, met een groet aan de Führer, voor ze zich moeten overgeven.
Nu rest in West-Zeeuws-Vlaanderen alleen nog de aanval op Sluis.

dag31oktoberB

bannerdagboek2

Uit het dagboek van A. Janse uit Zoutelande, 31 oktober 1944:

We zagen met angst en beven het daglicht komen. Het was haast een opluchting dat het betrokken en mistig was. Het bleef die dag dan ook zeer rustig. Aan de andere kant vonden we dat ook weer jammer, want zo kwamen we er nooit. Zo kon het blijven duren en we wisten dat Walcheren aan de beurt was. De overkant moest nu al vrij zijn en er deden zelfs geruchten, de ronde over landingen op Zuid- Beveland. Landingen die vlot verliepen. Ik ben deze dinsdag nog weer naar huis geweest om van alles te halen wat we bij Francke nodig hadden. Slechts een enkele jager kwam af en toe over ons vlot. We haalden wat we de eerste tijd dachten nodig te hebben, want het ging zo goed bij Francke dat we besloten deze winter daar te blijven. We sliepen in de bedstee in de voorkamer, niet vermoedende zelfs dat na 2 dagen alles daar plat in puin zou liggen.

Op zoek naar een slaapplek

Mijnheer Geelhoed woonde tijdens de slag om de Sloedam op een boerderij in de buurt van Nieuwdorp. Zij kregen tijdens de gevechten bezoek van Canadese soldaten…..

 

Comments are closed.