Deze dag wordt er geschiedenis geschreven

Vandaag, woensdag 1 november 1944, komt met hoofdletters in de geschiedenisboeken terecht. Deze dag begint de finale van De Slag om de Schelde. Geallieerde troepen voeren landingen uit bij Vlissingen en Westkapelle, de start van operatie Infatuate. Op de zuidoever van de Westerschelde wordt met de bevrijding van Sluis en Retranchement de laatste stap gezet in de bevrijding van West-Zeeuws-Vlaanderen, vrijwel de afronding van operatie Switchback. Een dag later is het daar helemaal klaar als Knokke wordt bevrijd.

Om met Walcheren te beginnen. De beschietingen en bombardementen zijn zowel voor de bewoners als de bezetters al dagenlang een teken, dat er een invasie zit aan te komen. Deze ochtend wordt de kust van Vlissingen in alle vroegte nog eens goed onder vuur genomen door 300 kanonnen vanuit Zeeuws-Vlaanderen en door Mosquito’s, die 500-pound bommen laten vallen. De Duitse Seekommandant Aschmann in Vlissingen meldt om 5.00 uur ,,het begin van een trommelvuurachtige artilleriebeschieting, vooral met granaatkartetsen, op de boulevard tussen Nollepark en het De Ruyterstandbeeld’’ (citaat bij Van der Ham, Zeeland 40-45, pag. 463). Op dat moment varen de eerste landingsvoertuigen vanuit Breskens al naar de Dok- of Slikhaven ten oosten van de Vlissingse binnenstad. Om in de traditie van de naamgeving van landingsstranden te blijven, hebben de geallieerden dit stukje kust Uncle Beach genoemd. Het ligt tussen twee pieren in en ziet er op luchtfoto’s minder steil uit dan de kust bij de boulevards van Vlissingen. De landingsplaats ligt vlakbij de Oranjemolen, die in die vroege uren een goed oriëntatiepunt vormt: in het stadscentrum brandt een benzinedepot, zodat de molen van verre zichtbaar is.

In Zeeland 40-45 wordt de landingsoperatie nauwkeurig beschreven. De landing wordt uitgevoerd door het 4th Commando van de 4th Special Service Brigade, in totaal 550 man. Zij worden in twintig landingsvaartuigen overgezet. De eerste drie arriveren bij de Vlissingse kust, op het moment dat de artilleriebeschieting stopt. Een van de boten loopt op een hindernis, die door de Duitsers onder water is aangebracht. Een tweede boot bereikt de buitenzijde van de westelijke pier van de Dokhaven. De commando’s maken daar meteen hun eerste krijgsgevangenen. Volgende boten landen, Uncle Beach wordt een stevig bruggenhoofd. Een deel van de manschappen trekt naar Het Eiland en later verder in oostelijke richting binnenhaven. Een ander deel rukt op naar het Arsenaal en bezet de omgeving. Om 6.30 uur landen de laatste vier Troops. Op dat moment komt de landingsplaats voor het eerst onder Duits vuur te liggen. Die laatste commando’s trekken meteen richting binnenstad. Om 7.00 uur hebben ze het Bellamypark in handen, om 7.30 uur zijn ze in hevige gevechten gewikkeld bij de Grote Markt. Een deel van de geallieerde commando’s verplaatst zich richting Betje Wolffplein. Rond diezelfde tijd worden er op de landingsplaats de eerste versterkingen aangevoerd in de vorm van de 155th Infantry Brigade. Seekommandant Aschmann ziet het gebeuren, hij meldt dat er ,,een bedrijvig pendelverkeer’’ op de Westerschelde plaatsvindt.

Frontlinie door de stad

Deze dag krijgen de commando’s met hulp van de infanteristen vrijwel de gehele binnenstad van Vlissingen in handen. Vooral bij de bunkers langs Boulevard De Ruyter moet zware strijd worden geleverd. Tegen het eind van de dag loopt de frontlinie door de Coosje Buskenstraat. Het belangrijkste deel van het Scheldewerfterrein moet nog worden veroverd.

Na de landing van de manschappen worden er meteen voorraden aangevoerd. ,,Een steeds toenemende stroom Duitse gevangenen was heel nuttig bij het vrijhouden van de stranden en bij het overbrengen van ladingen over de moddervlakte’’ (citaat bij Van der Ham, Zeeland 40-45, pag. 466).

In de loop van de ochtend wordt het Duitse verzet sterker. Dat wil zeggen: het landingsstrand kom zozeer onder Duits granaat- en mortiervuur te liggen, dat landingspogingen van de King’s Own Scottish Borderers moeten worden afgebroken. Die kunnen pas in de loop van de middag voet aan wal zetten. Deze dag steken aan het begin van de avond ook nog gecombineerde bataljons van de Royal Scots over vanuit Breskens.

In Vlissingen zijn op het moment van de landing nog zo’n 3000 burgers. Zij verschuilen zich zoveel mogelijk in kelders. De geallieerden beginnen in de bevrijde delen van de stad meteen met het evacueren van gewonde en zieke inwoners. Die worden overgevaren en naar Gent en Biervliet gebracht. Honderden burgers zoeken veiligheid in het bevrijde deel van de stad en vinden onderdak in grote gebouwen als het Arsenaal en de modelmakerij van de scheepswerf.

De volledige bevrijding van Vlissingen zou nog enkele dagen in beslag nemen.

Westkapelle

De plannen voor de landing bij Westkapelle blijven tot het laatste moment onzeker. Sinds 28 oktober liggen de landingsvloot en de ondersteunende drie oorlogsschepen gereed in de haven van Oostende. Zij worden geladen met Buffaloes en tanks. Mannen van het Royal Marine Commando, het Inter-Allied Commando en de Special Service Brigade staan klaar om naar Westkapelle op te stomen. In de avond van 31 oktober worden ze ingescheept. Om 3.15 uur in de ochtend van woensdag 1 november varen ze uit. Kort na zonsopgang verschijnt de vloot op 30 kilometer uit de kust van Westkapelle. De in Vlissingen verblijvende Seekommandant Aschmann krijgt om 8.10 uur (plaatselijke tijd) de melding: ,,Uit het westen, op 30 km., nadering van 38 eenheden, waarbij 2 kruisers en landingsboten’’ (Van der Ham, pag. 473). De Duitse kustverdediging opent het vuur. Vervolgens beginnen twee van de drie oorlogsschepen de kustbatterijen te beschieten. Het derde schip, de Erebus, kan door technische problemen niet meedoen. Het geallieerde vuur op de kust is onnauwkeurig. Het plan voorziet in de hulp van luchtverkenners, die het vuur leiden. Vanwege slecht weer in Engeland zijn die vliegtuigen niet opgestegen. De geallieerde schepen schieten op een batterij tussen Westkapelle en Zoutelande, en twee tussen Westkapelle en Domburg. Het oorlogsschip de Warspite vuurt driehonderd zware granaten op de Domburgse batterij – allemaal mis. Het andere schip, de Roberts, weet twee kanonnen bij Westkapelle te raken. Er komen ook granaten in Domburg en Westkapelle terecht.

Ondertussen vaart de eigenlijke landingsvloot naar de kust. Een ondersteunend eskader, het uit 27 schepen bestaande Support Squadron Eastern Flank, gaat voorop. Die schepen zijn van kanonnen voorzien, waarmee de bunkers op de kust kunnen worden bestookt. Vijf mijl voor de kust splitst het squadron in tweeën, een afleidingsmanoeuvre om het Duitse geschut aan te trekken en zo de eigenlijke landingsvloot ongehinderd naar de kust te laten varen. Om 9.20 uur wordt het eerste schip door Duits vuur getroffen. Ook van dichtbij blijken de geallieerde kanonnen op de schepen niet in staat veel schade aan de Duitse bunkers toe te brengen. Zelf zijn de schepen wel kwetsbaar. Als om 12.30 uur besloten wordt het Support Squadron terug te laten varen naar Oostende, blijken er maar zeven schepen intact. Van de andere twintig zijn er negen gezonken (of zinkende), zijn er zeven door averij buiten gevecht gesteld, en zijn er vier lichtbeschadigd. Van de ongeveer tweeduizend opvarenden sneuvelen er 170 en raken er tweehonderd gewond.

Overigens slaagt de afleidingsmanoeuvre. Rond 10.00 uur komen de eerste landingsboten aan op de kust ten noorden (Red Beach) en ten zuiden (White Beach) van het dijkgat. De geallieerden constateren: ,,Opnieuw bleek dat de vijand altijd op schepen zal schieten die hem beschieten’’ (Van der Ham, pag. 475). En verder: ,,Als hij (de vijand) de situatie in de hitte van de strijd goed zou hebben beoordeeld en zijn vuur op de schepen met troepen zou hebben gericht, zou de operatie op een mislukking zijn uitgelopen.’’ En zou er ook een massaslachting hebben plaatsgevonden. Van belang is dat in deze fase van de strijd toch luchtsteun kan worden geboden. Typhoons en Spitfires vallen Duitse stellingen en een radarstation aan.

De eerste gelande troepen ondervinden weinig tegenstand. De Duitsers hebben het druk met het verweer tegen de schepen en vliegtuigen. De gelande commando’s moeten richting Vlissingen en richting Domburg oprukken. Het eerste doel is het uitschakelen van de kustbatterijen. Het ontvolkte Westkapelle wordt snel ingenomen. Dat dorp betaalt een zware tol voor de strijd van de afgelopen maand: van de 685 panden zijn er 435 totaal verwoest, de overige zijn beschadigd of staan in het water. Om 12.30 uur wordt de eerste batterij ten noorden van Westkapelle veroverd. De commando’s trekken verder richting Domburg, en nemen tegen de avond de ten zuiden van het dorp gelegen batterij in, waarin zwaar 22 cm.-geschut staat opgesteld. Het andere deel van de geallieerde troepen gaat zuidwaarts en verovert al snel een radarstation. Dan rukken ze verder op richting de batterij tussen Westkapelle en Zoutelande. Daar wordt zwaar gevochten, aan het eind van de middag is de batterij in Britse handen.

Inmiddels zijn de landingsstranden bij Westkapelle onder Duits vuur komen te liggen. Landingsvoertuigen met tanks en ander materieel kunnen maar ten dele landen. En als dat al lukt, strandt een groot deel van de voertuigen in het zand en op de resten van de dijk. Er worden ook veel voertuigen in brand geschoten. ,,Het strand was bezaaid met tanks, bulldozers en alle mogelijke rotzooi’’, noteert een geallieerde kapitein in zijn logboek. Met moeite komen er twee Shermantanks aan land, en twee Crabs die mijnen onschadelijk kunnen maken. Tegen het eind van de ochtend komen de laatste troepen aan wal.

Ondanks zware verliezen is de landing geslaagd, en zijn aan het eind van de 1ste november de drie door de geallieerden als gevaarlijkst beschouwde kustbatterijen uitgeschakeld.

Sloedam

Op de Sloedam ondernemen de Canadezen voor de tweede dag pogingen – hun derde aanval – om naar Walcheren door te stoten. Het lukt een aantal manschappen de dam daadwerkelijk over te steken. Maar als het niet lukt om versterkingen aan te voeren, trekken ze zich terug en graven ze zich in op de dam. De strijd daar is nog niet gestreden, het Duitse verzet blijft onverminderd fel.

Sluis

Na dagenlange beschietingen wordt vandaag daadwerkelijk Sluis bevrijd. Het North Shore Regiment neemt de stad in na vijf uur strijd. Ook Sluis betaalt een zware tol: meer dan de helft van alle gebouwen is verwoest, er zijn 65 deden gevallen. Deze ochtend wordt ook Sint Anna ter Muiden bevrijd na een hevige granaatbeschieting. De strijd is nu vrijwel gestreden. Heel Zeeuws-Vlaanderen is bevrijd. Deze dag wordt ook de Duitse bevelhebber Eberding van de 64e infanteriedivisie gevangen genomen, in het Hazegras bij Knokke. De volgende dag zullen de laatste Duitse militairen zich bij Knokke en Heist overgeven. Daarmee is operatie Switchback beëindigd, anderhalve maand nadat de eerste Canadzen zich bij het Leopoldkanaal meldden. De operatie heeft 803 geallieerde militairen het leven gekost. Veel meer zijn er gewond geraakt. Aan Duitse zijde sneuvelden circa 1325 militairen, ruim 8000 worden er krijgsgevangen gemaakt. In heel West-Zeeuws-Vlaanderen komen circa zeshonderd burgers om, vooral als gevolg van Canadese beschietingen en bombardementen. De bevrijders worden met gemengde gevoelens ontvangen. Operatie Switchback duurt uiteindelijk vier weken, terwijl er op vier dagen was gerekend.

Noord-Beveland

Een beetje in de luwte van alle met veel geweld gepaard gaande landingen op Walcheren, wordt vandaag ook met de bevrijding van Noord-Beveland begonnen. Canadezen steken van Zuid- naar Noord-Beveland over, voorzien van machinegeweren en zware mortieren. Ze trekken richting Kamperland en Colijnsplaat. De Duitsers in Kamperland wijzen een voorstel tot overgave af. De volgende dag komen ze na een korte strijd terug op die weigering.

dag1novemberB

bannerdagboek2

Uit het dagboek van Wim de Hollander uit Middelburg, 1 november 1944:

Deze dag is’t wel weer raak geweest met de duikbomaanvallen. De jagers waren niet van de lucht. Heele zwermen boven Vlissingen. Landingen in Vlissingen – Westkapelle – Domburg. Boven Westkapelle parachutes waargenomen. Zware rookwolken boven Vlissingen. Er schijnt been zware brand te woeden.

Schuilkelder massa-slaapkamer geworden. Stuk pantserafweer wordt met munitie in het poortje naast ons huis opgesteld. Duitschers stippelen vluchtroute uit door onze tuin voor eventueele vlucht van de generaal. Schildwachten voor Dam 6 en 8 op beide stoepen met geweer in den aanslag. Duitsche patrouilles door de straten.

’s Morgens paniek op straat, alles vlucht naar huis want: “ze pikken menschen op!!!”. ’s Middags was alles weer normaal, maar er hangt een geweldige spanning in de stad.

‘Binnen enkele minuten werden we geraakt.’

Een belangrijke dag voor Vlissingen. De geallieerden stonden eindelijk in de stad en slaagden er in de Vlissingen te bevrijden.  Een onzekere tijd en spannende tijd was het. Ook voor de heer De Munck die toen zestien jaar was en het van nabij meemaakte….

Comments are closed.